Groep 3/4/5

groep 3 12

Leerkrachten: Peter Flapper en Gelke Broersma

Welkom op de startpagina van groep 3, 4 & 5! Hieronder vindt u de informatie voor de komende periode. Veel leesplezier.

822x1200

Mei 2022
Veilig leren Lezen groep 3
Kern 11 gaat over verzamelen. In musea worden uiteenlopende zaken bewaard en tentoongesteld. Veel kinderen zijn ook dol op het verzamelen van spullen. Deze komende periode gaan we in BLINK/Veilig Leren Lezen werken over Natuurspeurders/kriebelbeestjes, die zullen we gaan bekijken en tentoonstellen (en natuurlijk ook weer vrij laten) Hier maken we een werkhoek bij die helemaal in het teken staat van tentoonstellen, kijken en doen.
De nieuwe woordtypen in kern 11 zijn:
• woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ig of -lijk, zoals: veilig en eerlijk;
• woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ing, zoals: buiging;
• samengestelde woorden van drie lettergrepen, zoals: prentenboek en inpakken;
• verkleinwoorden van drie lettergrepen die eindigen op -je, -pje of -tje, zoals: leesboekje, bezempje en appeltje;
• woorden van twee of drie lettergrepen die beginnen met on- of ont-, zoals: onweer en ontbijt;
• woorden van drie lettergrepen die beginnen met be-, ge- of ver-, zoals: bedoelen, gevaren en vertellen.

De leerlingen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:
• woorden van drie lettergrepen met een of meer open lettergrepen, maar niet met een open lettergreep aan het einde, zoals: krokodil en kamperen (maar dus niet: kimono);
• woorden van drie of meer lettergrepen die eindigen op -ste, zoals: gevaarlijkste;
• woorden van twee of meer lettergrepen die eindigen op -tie, zoals: vakantie;
• leenwoorden, zoals: computer;
• woorden met meerdere open lettergrepen (vlak) na elkaar, zoals: museum.

Spelling groep 3
We herhalen de woordtypen die in de vorige kernen werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst. Verder maken de kinderen kennis met één nieuwe spellingcategorie, namelijk samengestelde woorden met alle mogelijke clusters, zoals: grasspriet en viltstift.

Begrijpend lezen groep 3
Sinds kern 7 besteden we met regelmaat aandacht aan begrijpend lezen, waarbij in de werkboekjes met name de juiste antwoorden moeten worden gekozen. Aan het eind van deze kern leren de kinderen ook zelf antwoorden te formuleren en zinnen in de juiste volgorde te zetten. We bespreken de opdrachten altijd met de kinderen, om zo hun inzicht in wat belangrijk is om een tekst te kunnen begrijpen te vergroten.

Functioneel en creatief schrijven
In deze kern werken we aan een klassenmuseum. Elk kind kan hieraan een bijdrage leveren door bijvoorbeeld naam- en informatiebordjes te schrijven bij een presentatie van zijn eigen hobby. Ook leren ze vragen te formuleren over de hobby’s van hun klasgenoten, die ze aan elkaar kunnen stellen.

Spelling groep 4
Thema 9:
• Herhaling van alle regels van het afgelopen jaar.
Leestekens
• Vraagteken.

Spelling groep 5
Thema 9:
• Herhaling van alle regels van het afgelopen jaar.
Leestekens
• Vraagteken, punt, dubbele punt, aanhalingstekens.

Rekenen groep 3
De rekendoelen van periode 9 zijn:
• Het kind kan getallen t/m 100 plaatsen en aflezen op de gestructureerde getallenlijn (met steun van een kralenketting).
• Het kind automatiseert sommen t/m 10 (optellen en aftrekken).
• Het kind kan rekenen t/m 20 naar analogie van het rekenen en aanvullen tot 10. De vriendjes van de tien.
• Het kind kan lengtes meten en schatten.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 9 zijn:
• Het kind kan optelsommen t/m 100 uitrekenen met de variastrategie: rijgen met teveel.
• Het kind kan aftreksommen t/m 100 uitrekenen met de variastrategie: rijgen met eveel.
• Het kind heeft de tafels geautomatiseerd en kan de tafelsommen uitrekenen binnen 3 seconden.
• Het kind kan lengtes meten in centimeters nauwkeurig.

Rekenen groep 5
De rekendoelen voor periode 8 zijn:
• Het kind kan aftreksommen t/m 1000 uitrekenen met de variastrategie aanvullen.
• Het kind kan sommen als 4 × 69 uitrekenen met de variastrategie rekenen met te veel.
• Het kind kan deelsommen als 80 : 4 en 120 : 3 vlot uitrekenen naar analogie (met de kleine som).
• Het kind kan het verschil bepalen tussen 2 bedragen en het bedrag aanvullen tot hele euro’s.

BLINK - wereldoriëntatie
Groep 3 & 4 gaat de komende weken bezig met: BLINK – Natuurspeurders: Welke diertjes leven er allemaal bij jou in de buurt? En hoe ontdek je hoe al die diertjes heten? We gaan samen op onderzoek uit.

Groep 5 gaat de komende tijd bezig met BLINK - De groene fabriek: Hoe kun je er als kind voor zorgen dat je ecologische voetafdruk niet te groot is? Wanneer noem je een bedrijf 'groen'? En wat komt er allemaal bij kijken als je een groene fabriek op wilt zetten? In dit thema onderzoeken de kinderen het.

Voorlezen – Het bijzondere beestjes boek – Yuval Zommer
Hoe langzaam gaat een slak? Zijn beestjes bang in het donker? Waarom lopen mieren in een rijtje? Lees het allemaal - en nog veel meer - in dit bijzondere beestjesboek. Ontmoet allerlei vliegende, stekende en wriemelende beestjes van over de hele wereld. En ontdek wat ze eten, hoe ze jagen, waar ze hun baby's krijgen, wie er op het water kan lopen en allerlei andere wonderlijke feitjes... Kun je ook alle beestjes vinden die zich in dit boek verstopt hebben?

B08F5K4FDT.01. SCLZZZZZZZ SX500

April 2022
Veilig leren Lezen groep 3
Kern 10 gaat over wat er in de natuur gebeurt of kan gebeuren. Met de kinderen bespreken we zaken zoals weersomstandigheden, het landschap en de leefomgeving. Ze leren woorden als: de aarde, de beek, bewolkt, de heuvel, het kalf, de motregen, schuilen en de stortbui.

De nieuwe woordtypen in kern 10 zijn:
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -eeuw, -ieuw of -uw, zoals: leeuw, nieuw en duw;
• Woorden van één lettergreep die eindigen op vier medeklinkers, zoals: herfst en sterkst;
• Woorden van twee lettergrepen waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, zoals: bomen;
• Woorden van twee lettergrepen die beginnen met twee of drie medeklinkers en waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, zoals: knopen en strepen;
• Woorden van een of twee lettergrepen met in het midden van het woord -ng-, -nk-, -ch- of -aai-, -ooi-, -oei-, zoals: langzaam en zwaaien;
• Woorden van een of twee lettergrepen met in het midden van het woord -eeuw-, -ieuw- of -uw-, zoals: leeuwen en ruwe.

De leerlingen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:
• Woorden van drie lettergrepen die eindigen op -eren, -elen of -enen, zoals: gisteren, hagelen en openen;, zoals spannend;
• Woorden van drie lettergrepen die eindigen op -ig, -lijk of -ing, zoals: negentig, vriendelijk en oplossing;
• Woorden van drie lettergrepen met in het midden van het woord -be-, -ge- of -ver-, zoals: weerbericht, ongeluk en treinverkeer;
• Samenstellingen van vier lettergrepen, zoals: boodschappentas;
• Woorden van vier of vijf lettergrepen (zonder specifiek kenmerk), zoals: burgemeester en onderwijzeres;
• Woorden van vier lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, on-, of ont-, zoals: weerbericht, ongeluk en treinverkeer.

Spelling groep 4
Thema 8:
• Eén woord met meer categorieën.
• Klankgroepenwoord van de a-lijst.
• Ei-plaat.
• Au-plaat.
Leestekens
• Vraagteken.

Spelling groep 5
Thema 8:
• Net als voorvoegselwoorden.
• Tropisch woord.
• Woorden van het gidsrijtje.

Rekenen groep 3
De rekendoelen van periode 8 zijn:
• Het kind kan hoeveelheden t/m 100 opzetten en aflezen op de kralenketting.
• Het kind herkent de 10-sommen (optellen en aftrekken) en weet het antwoord zonder te tellen.
• Het kind kan ‘moeilijke’ sommen t/m 10 uitrekenen door gebruik te maken van de 5-structuur.
• Het kind kan bedragen t/m 20 euro herkennen en samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5 en 10 euro.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 8 zijn:
• Het kind kan optelsommen t/m 100 uitrekenen met de basisstrategie rijgen in maximaal 3 sprongen (eerst de tientallen in 1 sprong en dan de eenheden in 2 sprongen).
• Het kind kan aftreksommen t/m 100 uitrekenen met de basisstrategie rijgen in maximaal 3 sprongen (eerst de tientallen in 1 sprong en dan de eenheden in 2 sprongen).
• Het kind kan de 7 × en 8 × van alle tafels uitrekenen m.b.v. de omkeerstrategie.
• Het kind kan bedragen t/m € 2 herkennen en samenstellen met munten van € 1 en 5, 10, 20 en 50 cent).

Rekenen groep 5
De rekendoelen voor periode 7 zijn:
• Het kind kan optelsommen t/m 1000 uitrekenen met de strategie splitsen.
• Het kind kan aftreksommen t/m 1000 uitrekenen met de strategie splitsen.
• Het kind kan deelsommen uitrekenen met de basisstrategie ‘keersom zoeken’.
• Het kind kan een jaarkalender aflezen en aan de hand ervan een datum bepalen.

BLINK - wereldoriëntatie
Het onderwerp: "De Islam/Ramadan staat de komende weken op de planning. We ontvangen een (voor ons) bekende gastspreekster in de groep. Gaan kijken naar filmpjes, lezen boeken en teksten over de Islam en gaan ook een Sam-Sam werkboek met elkaar bekijken en maken.

Voorlezen – Een weerwolf in de leeuwenkuil – Paul van Loon
Als Dolfje zijn ogen opendoet, is het al licht.
De volle maan is verdwenen.
Om hem heen zijn allemaal wilde dieren.
Waar is hij? Wat is er gebeurd?

's Ochtends vinden Daniël en Suzina in de Zoo een jongen met wit haar en een brilletje.
Hij weet niets meer, zegt hij. Alleen dat niemand hem mag zien!
Ze verstoppen hem in de Leeuwenkuil, hun geheime boomhut.
Maar hoe lang kunnen ze hem geheim houden?
En waarom doet hij zo raar als de volle maan opkomt?

858x1200

Maart 2022
Veilig leren lezen groep 3
In kern 9 gaat het over het thema 'Hoe kan dat?' De kinderen leren allerlei zaken over techniek en doen zelf ook proefjes. De nieuwe woordtypen in kern 9 zijn:
• Samengestelde woorden van twee lettergrepen met letterclusters, zoals hijskraan;
• Woorden van één lettergreep met een cluster van drie medeklinkers vooraan of achteraan, zoals strik en markt;
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -aai, -ooi of -oei, zoals haai, kooi en roei;
• Woorden van twee lettergrepen die eindigen op -e, zoals korte;
• Woorden van twee lettergrepen die eindigen op -en, -er of -el, zoals bloemen, tijger en mantel;
• Woorden van twee lettergrepen met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals takken;
• Woorden van twee lettergrepen met het voorvoegsel be-, ge- of ver-: betaal, gezien en vertel.

De leerlingen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:
• Woorden van twee lettergrepen die eindigen op -end, zoals spannend;
• Woorden van twee lettergrepen die beginnen met me- of te-, waarbij de klemtoon ligt op de tweede lettergreep, zoals mevrouw en terug;
• Woorden van één of twee lettergrepen die beginnen met th- of wr-, zoals thee en wrijven;
• Woorden met de letter ‘i’ die wordt uitgesproken als /ie/, zoals piloot;
• Woorden van drie lettergrepen die eindigen op -etje, zoals bloemetje.

Spelling groep 3
Verder werken we in deze kern toe naar het goed kunnen schrijven van:
We herhalen de woordtypen die in de vorige kern werden geoefend met spelling, zodat ze aan het eind van de kern worden beheerst:
• Woorden van één lettergreep die beginnen met of eindigen op twee medeklinkers, zoals stal en wesp;
• Eenvoudige samenstellingen van twee lettergrepen, zoals zakmes en voetbal;
• Woorden van één lettergreep die beginnen met sch- ,zoals schaap;
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -ng, zoals bang;
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals bank.

Verder oefenen we met het spellen van de woordtypen die de kinderen leren lezen, waaronder ook woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers met een tussenklank (kleefletter), zoals: half, wilg, melk, helm, tulp, slurf, berg, vork, warm, harp en hoorn. De kinderen leren dat die letters aan elkaar ‘kleven’ en dat ze er geen letter tussen moeten schrijven. Het is dus ‘melk’ (en niet ‘melluk’).

Spelling groep 4
Thema 7:
• Eén woord met drie categorieën.
• Woorden met –eren, -enen, -elen.
• Klankgroepenwoord met twee klankgroepen.
• Enkelvoud van het zelfstandig naamwoord.
• Meervoud van het zelfstandig naamwoord.

Rekenen groep 3
De rekendoelen van periode 7 zijn:
• Het kind herkent verdwijnsommen en bijna-verdwijnsommen (aftrekken) en weet het antwoord zonder te tellen.
• Het kind herkent 5-sommen (aftrekken) en weet het antwoord zonder te tellen.
• Het kind beheerst de splitsingen t/m 10 en kan aanvullen t/m 10 met behulp van de splitsing van 10.
• Het kind kan rekenen met tijdsduur vanaf hele uren, met hele uren.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 7 zijn:
• Het kind kan aftreksommen t/m 100 uitrekenen met de basisstrategie: rijgen en herkent de ‘makkelijke’ aftreksommen waarbij de eenheden niet over het tiental gaan.
• Het kind kent de steunsommen 2 ×, 5 × en 10 × van alle tafels.
• Het kind beheerst de strategieën: 1 × meer en 1 × minder.
• Het kind kan een maandkalender aflezen en aan de hand van een maandkalender een datum bepalen.

BLINK - wereldoriëntatie
Het onderwerp: "Sterke verhalen" staat de komende maanden centraal. In deze periode zullen we ook een k’nex project gaan doen. Nabouwen van de kaarten uit de map. Dit om het technisch inzicht te vergroten.

Voorlezen – Stinkhond is jarig – Colas Gutman
Stinkhond wil heel graag jarig zijn.
Daarom geeft hij een feestje in zijn vuilnisbak.
Iedereen is uitgenodigd. Maar zal er wel iemand komen?
En welke cadeautjes zal hij krijgen?
Eigenlijk wil Stinkhond maar één ding:
Dat Plattekat hem helpt zijn mama terug te vinden.
Het lijkt er op dat dit nog gaat lukken ook...

775x1200

Februari 2022
Veilig leren lezen groep 3
In kern 8 gaat het over het thema 'Wat kan jij?' Daarbinnen staat een logeerpartijtje met een optreden centraal.
De nieuw woordtypen in kern 8 zijn:
• Woorden van één lettergreep die beginnen én eindigen met twee medeklinkers, zoals sterk.
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -b of -d, zoals web en goud.
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -nk, zoals bank.
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -ch(t), zoals lach en bocht.
• Woorden van één lettergreep die beginnen met een schr-, zoals schrift.
• Verkleinwoorden van twee lettergrepen, zoals muisje, boompje en stoeltje.
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -a, -o, of -u, zoals sla, vlo en nu.

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:
• Woorden van één lettergreep die eindigen op -ig of -lijk, zoals twintig en vrolijk.
• Woorden van twee lettergrepen die eindigen op -ing, zoals koning.
• Samengestelde woorden van drie lettergrepen, zoals appelboom.
• Verkleinwoorden van drie lettergrepen, zoals zakdoekje.
• Woorden van drie lettergrepen met een voorvoegsel, zoals onrustig, ontdekking, bezoeken, gevaarlijk en verkouden.

Spelling groep 4
Thema 6:
• Eén woord met twee categorieën.
• Au-plaat.
• Eén woord met klankgroep en andere categorie.
• Klankgroepenwoord met lange klank op het eind.
• Lidwoord.
• Zelfstandignaamwoord.

Rekenen groep 3
De rekendoelen van periode 6 zijn:
• Het kind kent de volgorde van de getalsymbolen t/m 100.
• Het kind herkent 5-sommen (optellen) en weet het antwoord zonder te tellen.
• Het kind kan rekenen met verwisselen en begrijpt waarom dit mag.
• Het kind kan 10 en eenheden samenvoegen en in een splitsschema en in sommentaal.
• Het kind kan een plattegrond bij een getekend blokkenbouwsel zoeken en hoogtegetallen noteren.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 6 zijn:
• Het kind kan optellen t/m 100 met de basisstrategie rijgen en herkent de “makkelijke” optelsommen waarbij de eenheden niet over het tiental gaan.
• Het kind kent de strategie 1 x meer en 1 x minder.
• Het kind kent de strategie : halveren en herhaalt de strategieën: 1 x meer en 1 x minder.
• Het kind kan bij een getekend blokkenbouwsel de juiste gedraaide plattegrond vinden.

Woordenschat groep 4
De komende vier weken werken we tijdens Taal aan de woorden die bij het BLINK thema horen. Woorden over Egypte, Ridders en schilderijen.

Blink Wereldoriëntatie
We vervolgen de komende periode met het onderwerp: " Sterke Verhalen". We leren over Mummies in Egypte, Ridders en Jonkvrouwen en kruipen in een schilderij.

Voorlezen vervolg: BLITZ -7 Een gek drankje – Rian Visser
Blitz is ziek. Hij ziet geel en kan alleen maar op bed liggen. Het vogeltje Priet wil hem beter maken en gaat op zoek naar hulp. Priet komt terecht op de bol van Flutsie, die een drankje voor Blitz maakt. Het drankje werkt, maar heeft ook een nare bijwerking: Blitz wordt niet alleen beter, maar ook heel klein! Hoe gaan ze dat oplossen? Naar Flutsie gaan durft Blitz niet. Hij springt op de rug van Priet en samen vliegen ze naar de aarde, waar Rob en Moes wonen. Zouden zij hem kunnen helpen?

4df50833 d7cc 4a70 9c56 54080bca48e2

Januari 2022
Veilig leren lezen groep 3
We leren in kern 6:
De letters g, au, ui, f en ei geleerd. Dit zijn de laatste letters die dit schooljaar aan bod komen. De letters ‘ui’ en ‘ei’ worden nog wel eens verkeerd geschreven. We leren de kinderen daarvoor geheugensteuntjes aan: bij de ‘ui’ komt eerst de ui (de kinderen maken met hun linkerhand de vorm van een ui die lijkt op de vorm van de letter ‘u’) en daarnaast ligt het mesje (de kinderen strekken hun rechterhand en draaien de handpalm naar links; zo ontstaat de ‘i’). Bij de ‘ei’ krijg je eerst het ei (de ‘e’) en dan het lepeltje (de ‘i’).

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:
• tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ en ‘el’, zoals: bloemen, vlinder, sleutel;
• tweelettergrepige woorden met in het midden ‘ng’, ‘nk’ of ‘ch’, zoals: jongen, planken, lachen;
• tweelettergrepige woorden die beginnen met ‘be’, ‘ge’ of ‘ver, zoals: betaal, gezien, verkeer;
• eenlettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: leeuw, nieuw;
• tweelettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: sneeuwman, kieuwen.

Begrijpend lezen
Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.

Begrijpend lezen oefenen
Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen bij een tekening. Je kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje te kunnen selecteren.

Vlot lezen oefenen
Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.

Spelling groep 4
Thema 5:
• Klankgroepenwoord.
• Ei-plaat.
• Achtervoegsel.
• Langermaakwoord van het eind b-rijtje.
• Hoofdletters.

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 5 zijn:
• Het kind kent de volgorde van de getalsymbolen t/m 50.
• Het kind kan hoeveelheden t/m 20 opzetten en aflezen op het rekenrek.
• Het kind kan getallen tussen 10 en 20 splitsen in 10 en eenheden.
• Het kind kan de wijzers van de klok een uur verzetten, vanaf een heel en een half uur.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 5 zijn:
• Het kind kan met eenheden t/m 100 optellen zonder tientaloverschrijding in 1 stap, met tientaloverschrijding in 2 stappen via het tiental.
• Het kind kan met eenheden t/m 100 aftrekken zonder tientaloverschrijding in 1 stap, met tientaloverschrijding in 2 stappen via het tiental.
• Het kind leert wat vermenigvuldigen is (afsluiting).
• Het kind kan van een digitale klok met een 12-uurssysteem de tijd aflezen, bij hele uren, halve uren en kwartieren.
• De keersommen van 1, 2, 5 en 10 staan centraal. Deze tafels kunnen natuurlijk ook thuis geoefend worden. Lekker ouderwets opdreunen, opschrijven, tekenen e.d. Hoe sneller de tafel gemaakt wordt, hoe meer profijt de kinderen er in de les van hebben.

Blink Wereldoriëntatie
We gaan de komende periode bezig met het onderwerp: " Sterke Verhalen". We leren over Mummies in Egypte, Ridders en Jonkvrouwen en kruipen in een schilderij.

Voorlezen vervolg: Dummie De Mummie – De gouden scarabee – Tosca Menten
Stel je voor. Je heet Goos Guts, je bent doodnormaal en je woont in het saaiste dorp van de wereld. Op een dag loop je je slaapkamer binnen, je ruikt iets vies, kijkt rond, en je ziet ineens een mummie in je bed. Wat doe je dan? Ja, je schrikt je een ongeluk, natuurlijk. En dan doe je je ogen dicht, je telt tot tien en dan is hij weer weg. Maar stel je nou eens voor, hè, dat die mummie daar na die tien tellen nog steeds ligt En na twintig tellen ook! Wat doe je dan…
Uit het boek: Goos pakte het pincet uit de verbandtrommel en zijn vader pakte het laatste strookje ermee vast. “Oké, daar gaan we”, zei hij. “Misschien valt het mee.” Toen tilde Klaas het laatste flapje op. Het viel niet mee. Ze schrokken zich zelfs het apezuur. “Plofzak Drollemans, die krijgt later nooit verkering”, fluisterde Klaas. “Ontzettend”, griezelde Goos.

550x823

December 2021

Veilig leren lezen groep 3
De nieuwe letters in kern 5 zijn: eu, ie, l, ou en uu. Voor sommige kinderen zijn de tweetekenklanken: ‘eu’, ‘ie’ en ‘ou’ best lastig. We besteden daarom veel aandacht aan die letters en tweetekenklanken en herhalen ze iedere dag.
Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:
• eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘uw’, zoals: duw, duwt;
• tweelettergrepige woorden, zoals: strandbal, braadworst;
• tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: schroefje, strikje;
• eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
• eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘aai’, ‘ooi’ of ‘oei’, zoals: haai, kooi, roei;
• tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘e’, zoals: korte, aarde;
• tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ of ‘el’, zoals: honden, tijger, mantel;
• tweelettergrepige woorden met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals: takken, bakker.
De letter eu
In deze kern leert uw kind onder andere de tweetekenklanken: eu, ie en ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit twee tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. We praten dus over de tweetekenklank: –eu-. Niet over de letters e-u.

Wisselwoorden
In elke kern krijgt uw kind oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die hij of zij kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat je kind wisselwoorden maken met de laatstgeleerde woorden en letters.

Boekjes lezen
Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit! (Dit kan in deze Covid tijd ook digitaal)

Spelling groep 4
Thema 4:
• Klankgroepenwoord.
• Verkleinwoord.
• Woord van het uw-rijtje.
• Luchtwoord van het versje.
Woordsoorten:
• Werkwoorden.

Rekenen groep 3
De rekendoelen van periode 4 zijn:
• Het kind kan hoeveelheden t/m 10 opzetten en aflezen op het rekenrek.
• Het kind herkent +1, +2, -1 en -2 sommen en dubbelsommen (optellen) en weet het antwoord zonder te tellen.
• Het kind kan de splitsing van 10 maken zonder te tellen en kan aanvullen t/m 10 net behulp van de splitsing van 10.
• Het kind kan bedragen t/m 10 euro herkennen en samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5 euro.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 4 zijn:
• Het kind kan optellen en aftrekken met tientallen vanaf een willekeurig getal op de getallenlijn t/m 100.
• Het kind leert wat vermenigvuldigen is. (start)
• Het kind leert wat vermenigvuldigen is. (vervolg)
• Het kind kan bedragen t/m 100 euro herkennen en samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5, 10, 20 en 50 euro.

Voorlezen: Dummie de Mummie – De gouden scarabee – Tosca Menten
Stel je voor. Je heet Goos Guts, je bent doodnormaal en je woont in het saaiste dorp van de wereld. Op een dag loop je je slaapkamer binnen, je ruikt iets vies, kijkt rond, en je ziet ineens een mummie in je bed. Wat doe je dan? Ja, je schrikt je een ongeluk, natuurlijk. En dan doe je je ogen dicht, je telt tot tien en dan is hij weer weg. Maar stel je nou eens voor, hè, dat die mummie daar na die tien tellen nog steeds ligt En na twintig tellen ook! Wat doe je dan…
Uit het boek: Goos pakte het pincet uit de verbandtrommel en zijn vader pakte het laatste strookje ermee vast. “Oké, daar gaan we”, zei hij. “Misschien valt het mee.” Toen tilde Klaas het laatste flapje op. Het viel niet mee. Ze schrokken zich zelfs het apezuur. “Plofzak Drollemans, die krijgt later nooit verkering”, fluisterde Klaas. “Ontzettend”, griezelde Goos.

Kerst
We gaan de komende weken bezig met Kerstactiviteiten. We hopen er ondanks de Corona weer een mooie periode van te maken.

Blink - wereldoriëntatie
We werken de komende periode door over het thema: "Ontdekkingsreizen” De kinderen leren over ontdekkingsreizen vroeger en nu, ook gaan ze een eigen leervraag bedenken.

6ee313a19709aebcc556a8bd0411216c 364x0 c default

November 2021
Veilig leren lezen groep 3
In kern 4 leren we de volgende nieuwe letters: n: w, o, a, u, j. In de vorige kern hebben de kinderen al de gelegenheid gekregen om naast woorden zoals ‘doek’ en ‘ijs’ ook eens woorden zoals ‘spaar’ en ‘vrij’ te lezen. Het is geen probleem als je kind dat nog moeilijk vindt. Deze woordjes horen nu nog niet bij de basisstof. Wel kan je kind nu al stam +t lezen: zoals ‘vaart’ en ‘rent’, maar nog niet ‘rijdt’ of ‘wordt’.
Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:
• eenklankgroep woorden die beginnen met ‘schr’, zoals: schram, schroef;
• tweeklankgroep woorden verkleinwoorden, zoals: mandje, kraampje, stoeltje;
• eenklankgroep woorden die eindigen op ‘dt’ of ‘bt’, zoals: vindt, krabt;
• eenklankgroep woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
• eenklankgroep woorden die eindigen op ‘a’, ‘o’ of ‘u’, zoals: sla, vlo, nu;
• eenklankgroep woorden die eindigen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: worst, markt;
• een klankgroep woorden die beginnen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: strik, spleet;
• twee klankgroep woorden zoals: zwembroek, schatkaart.

De derde-persoons-t
In deze kern leert je kind het lezen van werkwoorden met de derde-persoons-t, zoals: ‘loopt’, ‘maakt’ en ‘rent’. Je zult merken dat je kind steeds meer en beter leert lezen. Vertel je kind hoe knap je dat vindt!

Waarom ik leer lezen?
Je kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal, informatie opzoeken in een boek of gids en je kunt elkaar op papier een boodschap doorgeven!

Spelling groep 4
De spellingsregels voor periode 3 zijn:
• Eeuw-ieuw-woord.
• Langermaakwoord (woorden met d of t achteraan)
• Voorvoegsel: be-, ge- ver-.
• Samenstellingen (twee woorden aan elkaar)

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 3 zijn:
• Het kind kent de volgorde van getalsymbolen tot 30.
• Het kind kan eenvoudige optel- en aftrekcontexten t/m 10 koppelen aan het plus- en min teken. Hierbij verhalen bedenken.
• Het kind kent de splitsingen van 8 en 9.
• Het kind kan kloktijden bepalen bij halve uren.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 3 zijn:
• Het kind kan optellen en aftrekken t/m 100 met een tiental (vanaf een willekeurig getal) op de getallenlijn.
• Het kind kan optel- en aftreksommen t/m 20 uitrekenen met de strategie: rekenen via de 10.
• Het kind kan aanvullen t/m een tiental en aftrekken vanaf een tiental.
• Het kind kan op een klok kwartieren aflezen en wijzers plaatsen.

Voorlezen: Maanrovers (Dolfje Weerwolfje) – Paul van Loon
Dolfje kan zijn ogen niet geloven: een vreemde figuur laat midden in de nacht de maan verdwijnen! Zonder maan kan Dolfje geen weerwolfje meer zijn! En opa weerwolf wordt doodziek. Wordt hij wel beter zonder de maan? Dolfje moet de maanrover achterna. Samen met Noura, pa en Leo daalt hij af in de duistere wereld van de Onderonsers. Daar wachten een enge koningin, een monsterlijk wezen en een inktzwarte poel waarin de maan dreigt te verdrinken…

Sint
We gaan de komende weken bezig met Sint Maarten en daarna Sinterklaas. We gaan er een mooie periode van maken.

Blink - wereldoriëntatie
We werken de komende periode aan het thema: "Ontdekkingsreizen” De kinderen leren over ontdekkingsreizen vroeger en nu, ook gaan ze een eigen leervraag bedenken.

476595

Oktober 2021
Veilig leren lezen groep 3
In kern 2 leren de kinderen de volgende vijf letters: n, t, ee, b en oo. Sommige kinderen verwarren de b met de d (de d wordt in kern 3 geleerd). De kinderen leren daarom nu al als geheugensteuntje dat je de b eruitziet als een been dat tegen een bal schopt. Eerst komt het been, dan de bal.
Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:
• eenvoudige samengestelde woorden zoals zakdoek;
• woorden van één lettergreep die beginnen met twee medeklinkers, zoals kroon;
• woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers, zoals laars;
• eenvoudige verkleinwoorden, zoals visje, boompje en tuintje.

Spelling groep 4
De spellingsregels voor periode 2 zijn:
• Plankwoord. Daar mag geen g tussen.
• Eer-oor-eur-woord. Eer-woord. Ik schrijf ee.
Oor-woord. Ik schrijf oo.
Eur-woord. Ik schrijf eu.
Eel-woord. Ik schrijf ee.
• Aai-ooi-oei-woord. Ik hoor /j/ maar ik schrijf de i.

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 2 zijn:
• Het kind kan bij een verhaal of afbeelding de splitsing van 4, 5 en 6 bedenken en het splitsschema invullen.
• Het kind beheerst de splitsingen van 4, 5 en 6.
• Het kind beheerst de splitsingen van 6 en 7.
• Het kind kan het aantal blokjes in een afbeelding van een eenvoudig bouwsel tellen.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 2 zijn:
• Het kind kan verder- en terugtellen t/m 100 met sprongen van 10 op de lege getallenlijn.
• Het kind kan schattend getallen plaatsen en aflezen op de bijna lege getallenlijn t/m 100.
• Het kind kan aftreksommen t/m 20 uitrekenen op het rekenrek, met de basisstrategie: rekenen via de 10.
• Het kind kan het voor- en zijaanzicht bij een getekend blokkenbouwsel vinden.

Voorlezen: Hennie de Heks – De Klungelige Heks – Valerie Thomas
Hennie de Heks is een pechgeval met een toverstokje. Acht verhalen, acht heksenescapades. Enge verhalen, spannende plots, maar altijd iets te lachen!

Kinderboekenweek
We gaan de komende weken bezig met de kinderboekenweek. Het thema is dit jaar: “Wat wil je later worden” Welk beroep past bij jou? Of welke beroepen? In week één en twee hebben we startgesprekken gevoerd. Elk kind heeft één of meerdere beroepen genoemd. De komende weken gaan we ons hier meer in verdiepen. Mocht u een beroep hebben, waar veel over te vertellen valt, wees welkom.

Blink - wereldoriëntatie
We werken de komende periode verder aan het thema: "Familie”

cover keepvogel en kijkvogel3

September 2021
Veilig leren lezen groep 3
In kern 1 van Veilig leren lezen kim-versie leren de kinderen de letters p, aa, r, e en v. Met deze letters en de letters van de vorige kern (i,k, m en s) kunnen ze nu al zinnen en korte tekstjes lezen. Kinderen die in kern start hebben laten zien dat zij een volledige letterkennis hebben, vlot en correct eenlettergrepige woordjes kunnen lezen én zelfstandig kunnen werken, werken vanaf kern 1 met zon-materialen, op een hoger leesniveau dan de basislijn. Zij oefenen nu vooral met woorden waarin een tweetekenklank of een lange klank zit, zoals buik en zuur.
Werkt je kind met een eerdere versie van Veilig leren lezen? Bij Veilig leren lezen 2e maanversie leert je kind in kern 1 de letters: m – r – v – i – s – aa – p – e en de woorden ik – maan – roos – vis – sok – aan – pen – en.
• Kennismaken met Kim, Sim en opa die op het Puddingplein wonen.
• Het verschil tussen leesletters en schrijfletters.
• Nieuwe woorden.
• Werken met het klikklakboekje.
• Werken met de magnetische letterdoos.
• Het samen lezen van een verhaaltje.
• Samen over een verhaal te praten.
• De regels die bij een gesprek horen.
• Afspraken die horen bij zelfstandig werken.
• Plannen.
• Samenwerken met een schoudermaatje.
• Toepassen van het stappenplan spelling.
• Het verschil tussen klinkers en medeklinkers.
• Werken met de software.

Spelling groep 4
De spellingsregels voor periode 1 zijn:
• Hakwoord. Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.
• Zingwoord. Net als bij ding-dong.
• Luchtwoord. Korte klank + cht met de ch van lucht. Behalve bij: hij ligt, hij legt, hij zegt.
• Ei-plaat. Staat op de ei-plaat, dus korte ei.
• Au-plaat. Staat op de au-plaat, dus atje-au.

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 1 zijn:
• Het kind kent de telrij t/m 20 en herkent de getallen t/m 10.
• Het kind kan ongestructureerde hoeveelheden t/m 12 vergelijken.
• Het kind kan hoeveelheden verkort tellen door gebruik te maken van structuren.
• Het kind kan gebeurtenissen ordenen ten aanzien van de verstreken tijd.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 1 zijn:
• Het kind kan getallen plaatsen en aflezen op de gestructureerde getallenlijn t/m 100.
• Het kind kan bij een splitsing 2 optelsommen en 2 aftreksommen bedenken.
• Het kind automatiseert optellen en aftrekken t/m 10 en kan rekenen tussen 10 en 20.
• Het kind kan de wijzers van een klok verzetten en kan de tijdsduur bepalen.

Voorlezen: Vos en Haas: O ma! en O pa! - Sylvia Vanden Heede & Thé Tjong-Khing
Een grappig en ontroerend avontuur van Vos en Haas Uil heeft een opa en een oma. En nog een opa en een oma. 'Jij bent hun kleinkind', zegt Haas. Daar is Uil het niet mee eens. Hij is niet klein! En hij is ook geen kind meer! Toch heeft Haas gelijk. Echt waar!

Gouden Weken project/BLINK wereldoriëntatie - Familie
Tijdens de gouden weken, de eerste drie weken van het schooljaar , maken we kennis met elkaar. We doen veel groepsvormende activiteiten. Spelletjes om elkaar beter te leren kennen. Ook stellen we met elkaar de groepsregels op. Doordat we met de methode BLINK wereldoriëntatie werken, het eerste hoofdstuk gaat over familie, maken we hier een combinatie van. De kinderen maken kennis met elkaar, maar verdiepen zich ook in familie relaties. Vader, moeder, broer, zus, opa, oma, oom, tante, neef, nicht, achterneef e.d. Ook hopen we weer mensen uit te nodigen op school om te vertellen over hun werk of hobby’s. Dit is onder voorbehoud, we moeten nog even afwachten wat Covid doet. De eerste opdracht hebben de kinderen in de vakantie gekregen. Maak een familie/gezinsfoto met de tapbal.