Groep 3/4

groep 3 8

Leerkracht: Peter Flapper

Welkom op de startpagina van groep 3 en 4! Hieronder vindt u de informatie voor de komende periode. Veel leesplezier.

4df50833 d7cc 4a70 9c56 54080bca48e2

Januari 2022
Veilig leren lezen groep 3
We leren in kern 6:
De letters g, au, ui, f en ei geleerd. Dit zijn de laatste letters die dit schooljaar aan bod komen. De letters ‘ui’ en ‘ei’ worden nog wel eens verkeerd geschreven. We leren de kinderen daarvoor geheugensteuntjes aan: bij de ‘ui’ komt eerst de ui (de kinderen maken met hun linkerhand de vorm van een ui die lijkt op de vorm van de letter ‘u’) en daarnaast ligt het mesje (de kinderen strekken hun rechterhand en draaien de handpalm naar links; zo ontstaat de ‘i’). Bij de ‘ei’ krijg je eerst het ei (de ‘e’) en dan het lepeltje (de ‘i’).

Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:
• tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ en ‘el’, zoals: bloemen, vlinder, sleutel;
• tweelettergrepige woorden met in het midden ‘ng’, ‘nk’ of ‘ch’, zoals: jongen, planken, lachen;
• tweelettergrepige woorden die beginnen met ‘be’, ‘ge’ of ‘ver, zoals: betaal, gezien, verkeer;
• eenlettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: leeuw, nieuw;
• tweelettergrepige woorden met ‘eeuw’ of ‘ieuw’, zoals: sneeuwman, kieuwen.

Begrijpend lezen
Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.

Begrijpend lezen oefenen
Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen bij een tekening. Je kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje te kunnen selecteren.

Vlot lezen oefenen
Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.

Spelling groep 4
Thema 5:
• Klankgroepenwoord.
• Ei-plaat.
• Achtervoegsel.
• Langermaakwoord van het eind b-rijtje.
• Hoofdletters.

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 5 zijn:
• Het kind kent de volgorde van de getalsymbolen t/m 50.
• Het kind kan hoeveelheden t/m 20 opzetten en aflezen op het rekenrek.
• Het kind kan getallen tussen 10 en 20 splitsen in 10 en eenheden.
• Het kind kan de wijzers van de klok een uur verzetten, vanaf een heel en een half uur.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 5 zijn:
• Het kind kan met eenheden t/m 100 optellen zonder tientaloverschrijding in 1 stap, met tientaloverschrijding in 2 stappen via het tiental.
• Het kind kan met eenheden t/m 100 aftrekken zonder tientaloverschrijding in 1 stap, met tientaloverschrijding in 2 stappen via het tiental.
• Het kind leert wat vermenigvuldigen is (afsluiting).
• Het kind kan van een digitale klok met een 12-uurssysteem de tijd aflezen, bij hele uren, halve uren en kwartieren.
• De keersommen van 1, 2, 5 en 10 staan centraal. Deze tafels kunnen natuurlijk ook thuis geoefend worden. Lekker ouderwets opdreunen, opschrijven, tekenen e.d. Hoe sneller de tafel gemaakt wordt, hoe meer profijt de kinderen er in de les van hebben.

Blink Wereldoriëntatie
We gaan de komende periode bezig met het onderwerp: " Sterke Verhalen". We leren over Mummies in Egypte, Ridders en Jonkvrouwen en kruipen in een schilderij.

Voorlezen vervolg: Dummie De Mummie – De gouden scarabee – Tosca Menten
Stel je voor. Je heet Goos Guts, je bent doodnormaal en je woont in het saaiste dorp van de wereld. Op een dag loop je je slaapkamer binnen, je ruikt iets vies, kijkt rond, en je ziet ineens een mummie in je bed. Wat doe je dan? Ja, je schrikt je een ongeluk, natuurlijk. En dan doe je je ogen dicht, je telt tot tien en dan is hij weer weg. Maar stel je nou eens voor, hè, dat die mummie daar na die tien tellen nog steeds ligt En na twintig tellen ook! Wat doe je dan…
Uit het boek: Goos pakte het pincet uit de verbandtrommel en zijn vader pakte het laatste strookje ermee vast. “Oké, daar gaan we”, zei hij. “Misschien valt het mee.” Toen tilde Klaas het laatste flapje op. Het viel niet mee. Ze schrokken zich zelfs het apezuur. “Plofzak Drollemans, die krijgt later nooit verkering”, fluisterde Klaas. “Ontzettend”, griezelde Goos.

550x823

December 2021

Veilig leren lezen groep 3
De nieuwe letters in kern 5 zijn: eu, ie, l, ou en uu. Voor sommige kinderen zijn de tweetekenklanken: ‘eu’, ‘ie’ en ‘ou’ best lastig. We besteden daarom veel aandacht aan die letters en tweetekenklanken en herhalen ze iedere dag.
Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:
• eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘uw’, zoals: duw, duwt;
• tweelettergrepige woorden, zoals: strandbal, braadworst;
• tweelettergrepige verkleinwoorden, zoals: schroefje, strikje;
• eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
• eenlettergrepige woorden die eindigen op ‘aai’, ‘ooi’ of ‘oei’, zoals: haai, kooi, roei;
• tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘e’, zoals: korte, aarde;
• tweelettergrepige woorden die eindigen op ‘en’, ‘er’ of ‘el’, zoals: honden, tijger, mantel;
• tweelettergrepige woorden met in het midden twee dezelfde medeklinkers, zoals: takken, bakker.
De letter eu
In deze kern leert uw kind onder andere de tweetekenklanken: eu, ie en ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit twee tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. We praten dus over de tweetekenklank: –eu-. Niet over de letters e-u.

Wisselwoorden
In elke kern krijgt uw kind oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die hij of zij kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat je kind wisselwoorden maken met de laatstgeleerde woorden en letters.

Boekjes lezen
Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Boeken voor beginnende lezers krijgen altijd een E-aanduiding op de rug, gevolgd door het AVI-niveau (Start, M3, E3 of M4). Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit! (Dit kan in deze Covid tijd ook digitaal)

Spelling groep 4
Thema 4:
• Klankgroepenwoord.
• Verkleinwoord.
• Woord van het uw-rijtje.
• Luchtwoord van het versje.
Woordsoorten:
• Werkwoorden.

Rekenen groep 3
De rekendoelen van periode 4 zijn:
• Het kind kan hoeveelheden t/m 10 opzetten en aflezen op het rekenrek.
• Het kind herkent +1, +2, -1 en -2 sommen en dubbelsommen (optellen) en weet het antwoord zonder te tellen.
• Het kind kan de splitsing van 10 maken zonder te tellen en kan aanvullen t/m 10 net behulp van de splitsing van 10.
• Het kind kan bedragen t/m 10 euro herkennen en samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5 euro.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 4 zijn:
• Het kind kan optellen en aftrekken met tientallen vanaf een willekeurig getal op de getallenlijn t/m 100.
• Het kind leert wat vermenigvuldigen is. (start)
• Het kind leert wat vermenigvuldigen is. (vervolg)
• Het kind kan bedragen t/m 100 euro herkennen en samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5, 10, 20 en 50 euro.

Voorlezen: Dummie de Mummie – De gouden scarabee – Tosca Menten
Stel je voor. Je heet Goos Guts, je bent doodnormaal en je woont in het saaiste dorp van de wereld. Op een dag loop je je slaapkamer binnen, je ruikt iets vies, kijkt rond, en je ziet ineens een mummie in je bed. Wat doe je dan? Ja, je schrikt je een ongeluk, natuurlijk. En dan doe je je ogen dicht, je telt tot tien en dan is hij weer weg. Maar stel je nou eens voor, hè, dat die mummie daar na die tien tellen nog steeds ligt En na twintig tellen ook! Wat doe je dan…
Uit het boek: Goos pakte het pincet uit de verbandtrommel en zijn vader pakte het laatste strookje ermee vast. “Oké, daar gaan we”, zei hij. “Misschien valt het mee.” Toen tilde Klaas het laatste flapje op. Het viel niet mee. Ze schrokken zich zelfs het apezuur. “Plofzak Drollemans, die krijgt later nooit verkering”, fluisterde Klaas. “Ontzettend”, griezelde Goos.

Kerst
We gaan de komende weken bezig met Kerstactiviteiten. We hopen er ondanks de Corona weer een mooie periode van te maken.

Blink - wereldoriëntatie
We werken de komende periode door over het thema: "Ontdekkingsreizen” De kinderen leren over ontdekkingsreizen vroeger en nu, ook gaan ze een eigen leervraag bedenken.

6ee313a19709aebcc556a8bd0411216c 364x0 c default

November 2021
Veilig leren lezen groep 3
In kern 4 leren we de volgende nieuwe letters: n: w, o, a, u, j. In de vorige kern hebben de kinderen al de gelegenheid gekregen om naast woorden zoals ‘doek’ en ‘ijs’ ook eens woorden zoals ‘spaar’ en ‘vrij’ te lezen. Het is geen probleem als je kind dat nog moeilijk vindt. Deze woordjes horen nu nog niet bij de basisstof. Wel kan je kind nu al stam +t lezen: zoals ‘vaart’ en ‘rent’, maar nog niet ‘rijdt’ of ‘wordt’.
Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), leren de volgende woordtypen lezen:
• eenklankgroep woorden die beginnen met ‘schr’, zoals: schram, schroef;
• tweeklankgroep woorden verkleinwoorden, zoals: mandje, kraampje, stoeltje;
• eenklankgroep woorden die eindigen op ‘dt’ of ‘bt’, zoals: vindt, krabt;
• eenklankgroep woorden die eindigen op ‘ch’ of ‘cht’, zoals: lach, bocht;
• eenklankgroep woorden die eindigen op ‘a’, ‘o’ of ‘u’, zoals: sla, vlo, nu;
• eenklankgroep woorden die eindigen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: worst, markt;
• een klankgroep woorden die beginnen met een cluster van drie medeklinkers, zoals: strik, spleet;
• twee klankgroep woorden zoals: zwembroek, schatkaart.

De derde-persoons-t
In deze kern leert je kind het lezen van werkwoorden met de derde-persoons-t, zoals: ‘loopt’, ‘maakt’ en ‘rent’. Je zult merken dat je kind steeds meer en beter leert lezen. Vertel je kind hoe knap je dat vindt!

Waarom ik leer lezen?
Je kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal, informatie opzoeken in een boek of gids en je kunt elkaar op papier een boodschap doorgeven!

Spelling groep 4
De spellingsregels voor periode 3 zijn:
• Eeuw-ieuw-woord.
• Langermaakwoord (woorden met d of t achteraan)
• Voorvoegsel: be-, ge- ver-.
• Samenstellingen (twee woorden aan elkaar)

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 3 zijn:
• Het kind kent de volgorde van getalsymbolen tot 30.
• Het kind kan eenvoudige optel- en aftrekcontexten t/m 10 koppelen aan het plus- en min teken. Hierbij verhalen bedenken.
• Het kind kent de splitsingen van 8 en 9.
• Het kind kan kloktijden bepalen bij halve uren.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 3 zijn:
• Het kind kan optellen en aftrekken t/m 100 met een tiental (vanaf een willekeurig getal) op de getallenlijn.
• Het kind kan optel- en aftreksommen t/m 20 uitrekenen met de strategie: rekenen via de 10.
• Het kind kan aanvullen t/m een tiental en aftrekken vanaf een tiental.
• Het kind kan op een klok kwartieren aflezen en wijzers plaatsen.

Voorlezen: Maanrovers (Dolfje Weerwolfje) – Paul van Loon
Dolfje kan zijn ogen niet geloven: een vreemde figuur laat midden in de nacht de maan verdwijnen! Zonder maan kan Dolfje geen weerwolfje meer zijn! En opa weerwolf wordt doodziek. Wordt hij wel beter zonder de maan? Dolfje moet de maanrover achterna. Samen met Noura, pa en Leo daalt hij af in de duistere wereld van de Onderonsers. Daar wachten een enge koningin, een monsterlijk wezen en een inktzwarte poel waarin de maan dreigt te verdrinken…

Sint
We gaan de komende weken bezig met Sint Maarten en daarna Sinterklaas. We gaan er een mooie periode van maken.

Blink - wereldoriëntatie
We werken de komende periode aan het thema: "Ontdekkingsreizen” De kinderen leren over ontdekkingsreizen vroeger en nu, ook gaan ze een eigen leervraag bedenken.

476595

Oktober 2021
Veilig leren lezen groep 3
In kern 2 leren de kinderen de volgende vijf letters: n, t, ee, b en oo. Sommige kinderen verwarren de b met de d (de d wordt in kern 3 geleerd). De kinderen leren daarom nu al als geheugensteuntje dat je de b eruitziet als een been dat tegen een bal schopt. Eerst komt het been, dan de bal.
Kinderen die werken met zon-materialen (een hoger leesniveau dan de basislijn), oefenen het lezen van:
• eenvoudige samengestelde woorden zoals zakdoek;
• woorden van één lettergreep die beginnen met twee medeklinkers, zoals kroon;
• woorden van één lettergreep die eindigen op twee medeklinkers, zoals laars;
• eenvoudige verkleinwoorden, zoals visje, boompje en tuintje.

Spelling groep 4
De spellingsregels voor periode 2 zijn:
• Plankwoord. Daar mag geen g tussen.
• Eer-oor-eur-woord. Eer-woord. Ik schrijf ee.
Oor-woord. Ik schrijf oo.
Eur-woord. Ik schrijf eu.
Eel-woord. Ik schrijf ee.
• Aai-ooi-oei-woord. Ik hoor /j/ maar ik schrijf de i.

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 2 zijn:
• Het kind kan bij een verhaal of afbeelding de splitsing van 4, 5 en 6 bedenken en het splitsschema invullen.
• Het kind beheerst de splitsingen van 4, 5 en 6.
• Het kind beheerst de splitsingen van 6 en 7.
• Het kind kan het aantal blokjes in een afbeelding van een eenvoudig bouwsel tellen.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 2 zijn:
• Het kind kan verder- en terugtellen t/m 100 met sprongen van 10 op de lege getallenlijn.
• Het kind kan schattend getallen plaatsen en aflezen op de bijna lege getallenlijn t/m 100.
• Het kind kan aftreksommen t/m 20 uitrekenen op het rekenrek, met de basisstrategie: rekenen via de 10.
• Het kind kan het voor- en zijaanzicht bij een getekend blokkenbouwsel vinden.

Voorlezen: Hennie de Heks – De Klungelige Heks – Valerie Thomas
Hennie de Heks is een pechgeval met een toverstokje. Acht verhalen, acht heksenescapades. Enge verhalen, spannende plots, maar altijd iets te lachen!

Kinderboekenweek
We gaan de komende weken bezig met de kinderboekenweek. Het thema is dit jaar: “Wat wil je later worden” Welk beroep past bij jou? Of welke beroepen? In week één en twee hebben we startgesprekken gevoerd. Elk kind heeft één of meerdere beroepen genoemd. De komende weken gaan we ons hier meer in verdiepen. Mocht u een beroep hebben, waar veel over te vertellen valt, wees welkom.

Blink - wereldoriëntatie
We werken de komende periode verder aan het thema: "Familie”

cover keepvogel en kijkvogel3

September 2021
Veilig leren lezen groep 3
In kern 1 van Veilig leren lezen kim-versie leren de kinderen de letters p, aa, r, e en v. Met deze letters en de letters van de vorige kern (i,k, m en s) kunnen ze nu al zinnen en korte tekstjes lezen. Kinderen die in kern start hebben laten zien dat zij een volledige letterkennis hebben, vlot en correct eenlettergrepige woordjes kunnen lezen én zelfstandig kunnen werken, werken vanaf kern 1 met zon-materialen, op een hoger leesniveau dan de basislijn. Zij oefenen nu vooral met woorden waarin een tweetekenklank of een lange klank zit, zoals buik en zuur.
Werkt je kind met een eerdere versie van Veilig leren lezen? Bij Veilig leren lezen 2e maanversie leert je kind in kern 1 de letters: m – r – v – i – s – aa – p – e en de woorden ik – maan – roos – vis – sok – aan – pen – en.
• Kennismaken met Kim, Sim en opa die op het Puddingplein wonen.
• Het verschil tussen leesletters en schrijfletters.
• Nieuwe woorden.
• Werken met het klikklakboekje.
• Werken met de magnetische letterdoos.
• Het samen lezen van een verhaaltje.
• Samen over een verhaal te praten.
• De regels die bij een gesprek horen.
• Afspraken die horen bij zelfstandig werken.
• Plannen.
• Samenwerken met een schoudermaatje.
• Toepassen van het stappenplan spelling.
• Het verschil tussen klinkers en medeklinkers.
• Werken met de software.

Spelling groep 4
De spellingsregels voor periode 1 zijn:
• Hakwoord. Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.
• Zingwoord. Net als bij ding-dong.
• Luchtwoord. Korte klank + cht met de ch van lucht. Behalve bij: hij ligt, hij legt, hij zegt.
• Ei-plaat. Staat op de ei-plaat, dus korte ei.
• Au-plaat. Staat op de au-plaat, dus atje-au.

Rekenen groep 3
De rekendoelen voor periode 1 zijn:
• Het kind kent de telrij t/m 20 en herkent de getallen t/m 10.
• Het kind kan ongestructureerde hoeveelheden t/m 12 vergelijken.
• Het kind kan hoeveelheden verkort tellen door gebruik te maken van structuren.
• Het kind kan gebeurtenissen ordenen ten aanzien van de verstreken tijd.

Rekenen groep 4
De rekendoelen voor periode 1 zijn:
• Het kind kan getallen plaatsen en aflezen op de gestructureerde getallenlijn t/m 100.
• Het kind kan bij een splitsing 2 optelsommen en 2 aftreksommen bedenken.
• Het kind automatiseert optellen en aftrekken t/m 10 en kan rekenen tussen 10 en 20.
• Het kind kan de wijzers van een klok verzetten en kan de tijdsduur bepalen.

Voorlezen: Vos en Haas: O ma! en O pa! - Sylvia Vanden Heede & Thé Tjong-Khing
Een grappig en ontroerend avontuur van Vos en Haas Uil heeft een opa en een oma. En nog een opa en een oma. 'Jij bent hun kleinkind', zegt Haas. Daar is Uil het niet mee eens. Hij is niet klein! En hij is ook geen kind meer! Toch heeft Haas gelijk. Echt waar!

Gouden Weken project/BLINK wereldoriëntatie - Familie
Tijdens de gouden weken, de eerste drie weken van het schooljaar , maken we kennis met elkaar. We doen veel groepsvormende activiteiten. Spelletjes om elkaar beter te leren kennen. Ook stellen we met elkaar de groepsregels op. Doordat we met de methode BLINK wereldoriëntatie werken, het eerste hoofdstuk gaat over familie, maken we hier een combinatie van. De kinderen maken kennis met elkaar, maar verdiepen zich ook in familie relaties. Vader, moeder, broer, zus, opa, oma, oom, tante, neef, nicht, achterneef e.d. Ook hopen we weer mensen uit te nodigen op school om te vertellen over hun werk of hobby’s. Dit is onder voorbehoud, we moeten nog even afwachten wat Covid doet. De eerste opdracht hebben de kinderen in de vakantie gekregen. Maak een familie/gezinsfoto met de tapbal.